Wat is De Knoop ?
+ De Knoop
+ Folder De Knoop
+ Berichten Ouders
+ Verhaal Ouders
 -  Kranten Artikelen
+ Landelijke Themabijeenkomst
+ Informatie bestellen
+ Lid/Abonnee worden
+ Contact
+ RSS De Knoop
+ Forum

Ondersteuning De Knoop
 Ondersteuning De Knoop

Algemene informatie
+ Literatuur
+ Scripties
+ Landelijk Persbericht van De Knoop
+ Uitnodigingen

Kalender


Weeknummer 36

Agenda komende 10 dagen


Geen evenementen


Nieuws
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief!
Aanmelden
Afmelden
1567 Inschrijvers

RSS nieuws

Kranten Artikelen - Ik mag geen moeder voor Femke zijn

(c)Uit vrouwenweekblad Mijn Geheim, september 2004 (week 37)

De dochter van Jacky (34) woont in een kinderhuis

Ruim drie jaar geleden werd in overleg met deskundigen besloten om Femke uit huis te plaatsen. Geen gemakkelijk besluit, maar haar ouders Jacky en Edwin hadden eigenlijk geen andere keuze. De druk die Femkes onvoorspelbare en onhandelbare gedrag op het gezin legde, werd veel te groot.

Ook al is het besluit voor ieders bestwil geweest, Jacky heeft het er nog steeds erg moeilijk mee...

’’ Ik mag geen moeder voor Femke zijn”

TEKST: LINDA REIJS

Op 31 maart 1997 bevalt Jacky van dochter Femke. “Ik had een goede zwangerschap gehad. Alleen de laatste twee maanden had ik wat extra vitamine B12 injecties moeten halen in het ziekenhuis, maar verder voelde ik me prima. De bevalling is ook goed gegaan. Femke woog iets meer dan vijf pond en had een Apgarscore van 9. Mijn man Edwin en ik waren op slag verliefd op haar. We waren dolblij dat alles goed was gegaan en dat we haar meteen mee naar huis mochten nemen.”

Thuis bereiden Jacky en Edwin zich voor op slapeloze nachten. “Van vrienden en familie hadden we begrepen dat er nu wel eens slopende tijden aan zouden kunnen breken. Je leven verandert nogal ingrijpend met de komst van zo¹n kleintje. Ze was ons eerste kindje en alles was nieuw voor ons, dus dat was natuurlijk heel erg wennen. Je wilt het zo graag goed doen, misschien wel te goed. Toen ze de eerste nacht niet wakker werd voor een voeding, dacht ik meteen dat er iets ergs was. Edwin en ik hebben haar wakker moeten maken, maar ze dronk haar flesje niet leeg. De volgende ochtend vertelden we dat aan de kraamverzorgster. Zij verzekerde ons dat er niets aan de hand was, we hoefden ons geen zorgen te maken. Ze zou zich wel melden als ze honger had. Onze huisarts zei hetzelfde, dus we lieten haar voortaan’¹s nachts maar doorslapen. Ik had daar wel gemengde gevoelens bij, maar vrienden van ons waren juist hartstikke jaloers op Femke, zij wilden ook zo¹n ideale baby.”
Edwin en Jacky genieten volop van hun dochtertje. “Ik weet nog dat ik tegen Edwin zei: ‘Zo wil ik er wel tien.’ Ze was zó makkelijk. Ons leven was natuurlijk wel veranderd sinds zij er was, maar we konden gewoon nog alles doen. Als we ergens op visite gingen, dan sliep zij op een andere kamer. Je hoorde haar nooit. We hadden helemaal geen last van gebroken nachten, het ging allemaal heel goed. Toen ze ouder werd, gingen me wel steeds meer dingen opvallen. Als ze in de box lag bijvoorbeeld, kon ze heerlijk aan het brabbelen zijn totdat Edwin of ik bij haar kwamen. Dan draaide ze haar gezicht van ons weg. En later toen ze zich kon omrollen, rolde ze zich van ons af. Ze lachte ook niet zoals andere baby’s. Schaterlachen deed ze al helemaal nooit, het bleef altijd bij een voorzichtig, vaag lachje. Zolang er niemand in haar buurt was, leek ze zich prima te vermaken. Dat viel mij wel tegen, want ik had veel zin om haar te knuffelen. Maar ik kreeg nauwelijks of niets terug. Ze wilde het liefst alleen zijn. Wat het nog verwarrender maakte was dat ze wél geknuffeld wilde worden door een ander. Maar als ik het daarover had met een vriendin of iemand van de familie, kreeg ik keer op keer te horen dat ik spoken zag.
Er was niets mis met Femke, ik moest haar gewoon blijven aanhalen. Dat heb ik geprobeerd, maar ik zag dat ze daar niet gelukkig mee was. Ik wilde dat Femke net zo was als haar neefjes en nichtje, en als kinderen uit de straat, maar dat was niet zo. Ze was echt anders dan leeftijdgenootjes. Zo duurde het heel lang voor ze ging praten, ze heeft lange tijd haar eigen brabbeltaaltje gehad. En het viel me op dat ze een extreem hoge pijngrens had. Terwijl andere baby¹s meteen moesten huilen als ze bij het kruipen onderuit gingen of hun hoofdje stootten, vertrok Femke nauwelijks een spier. Ze huilde bijna nooit. En áls ze dan toch een keer huilde, wilde ze vaak niet getroost worden. Ze werd eerder boos als ik er
voor haar wilde zijn.”



Die boze buien worden steeds heftiger. Als Femke anderhalf is begint ze sloopgedrag te vertonen. “Terwijl andere kinderen lief speelden moest bij haar alles kapot. Poppen moesten uitgekleed worden en het hoofd, de armen en de benen moesten eraf. Als dat was gelukt was het ¹spel¹ over. Ik probeerde haar dan duidelijk te maken wat ze met de pop moest doen, maar het leek niet tot haar door te dringen wat ik bedoelde. Nadat ik de pop had gemaakt, trok zij meteen weer de kop eraf. En naarmate ze ouder werd, werd dat gedrag
steeds erger. Als we haar ¹s avonds naar bed brachten ging ze goed slapen, dat was geen enkel probleem. Totdat we haar op een ochtend weer uit bed wilden halen. We schrokken ons wild, toen we haar kamertje binnenkwamen. Het leek wel of dat er een bom was ontploft! Behang was van de muur getrokken, haar kledingkast was leeg, de plinten waren van de muur gesloopt, het rolgordijn was van het raam af getrokken… Blijkbaar had ze midden in de nacht een driftbui gehad.”
Het blijft niet bij die ene keer. “Ze maakte er gewoon een sport van om haar kamer te vernielen. Iedere keer als wij de boel weer een beetje hadden opgeknapt, maakte zij er opnieuw een bende van. Op een gegeven moment hebben we het maar zo gelaten, alleen de belangrijkste dingen hebben we toen vastgeschroefd. En daarna hield het vernielen op. Ze voelde zich blijkbaar prettig tussen de rotzooi. Edwin en ik hebben haar duidelijk proberen te maken dat dit echt niet kon, maar ze pikte het niet op. Ze keek ons wel aan,
maar je kon zien dat ze heel ver weg was met haar gedachten. Ik voelde me zo machteloos, want hoe moest ik mijn kind straffen als ze zelf niet wist wat ze fout had gedaan?”
Jacky krijgt steeds meer moeite met het gedrag van Femke. “Het gekke is dat ze bij vrienden en familie een keurig, lief, gezellig meisje was. Maar op andere plaatsen waar ik met Femke kwam, veranderde ze in een kleine tiran.
We werden overal nagekeken. In de supermarkt trok ze de pakken melk uit de schappen en gooide ze met fruit, of ze liep weg als ik bij de kassa stond.
Ze kon ook ongelooflijk hard krijsen. Je zag de mensen denken: ‘Wat voor moeder ben jij? Als dat de mijne was had ik ze al lang een tik gegeven’. Op die momenten was ik helemaal óp van de stress. En het bleef niet alleen bij moeilijk doen buitenshuis, Femke was ook thuis niet te houden. Ik was vierentwintig uur per dag politieagent aan het spelen. Ik kon haar geen seconde meer alleen laten. Voor je het wist had ze dan alwéér een ravage aangericht.”

Begin 1999 ontdekt Jacky dat ze opnieuw zwanger is. “Ik werd door familie en vrienden gefeliciteerd, maar vanbinnen huilde ik. Het ging zo moeilijk met Femke dat ik niet van deze zwangerschap kon genieten. Ik had alleen maar twijfels. Wat als ons tweede kindje net zo zou worden als Femke? Ongevraagd eiste ze al onze aandacht op en dat vrat energie. Het feit dat we bij niemand steun vonden, maakte het ook niet gemakkelijk. Zoals ik al zei: bij
familie en vrienden gedroeg ze zich als een engeltje. Zij zagen niet wat wij zagen, althans de meesten niet.”
De enige die echt begrip voor hun situatie heeft, is haar schoonzus. Aan haar kan Jacky haar verhaal kwijt. “Zij heeft zelf een zoontje met ADHD en PDD-NOS, dus zij herkende zich in mijn verhalen. Ze veroordeelde mij niet, ze veroordeelde Femke niet. Tijdens een gezamenlijke vakantie vertelde ze me dat Femke op sommige fronten op haar zoon leek; haar afwezige blik, het niet snappen als ze iets fout had gedaan en haar hoge pijngrens. Ze adviseerde ons om Femke eens te laten onderzoeken. Via de huisarts zijn we toen bij een
kinderarts terechtgekomen, maar die kon ons niet verder helpen. Femke was volgens hem gewoon een verlegen meisje, meer niet.
Hij ging af op dat ene beeld, dat van een klein, popperig meisje dat bij hem op het spreekuur kwam. Onze verhalen klopten niet met het beeld dat hij op dat moment van haar kreeg. Hij stuurde ons door naar Bureau Jeugdzorg, misschien dat ze ons daar verder konden helpen. Op advies van een medewerker van dat bureau zijn we begonnen met video hometraining. Deskundigen kwamen de normale dagelijkse bezigheden van ons gezinnetje filmen, zoals het avondeten en het naar bed brengen van Femke. En weer was Femke het lieve, leuke meisje. Die training haalde dus weinig uit. Vervolgens werd er besloten om haar uitgebreid te onderzoeken. Ze werd onder meer getest op autisme en taalvaardigheid, maar ook Bureau Jeugdzorg kon niet de vinger op de zere plek leggen. Maar ze gaven niet op, ze waren er inmiddels wel van overtuigd dat er wel degelijk iets met Femke aan de hand was.”

In deze spannende tijden bevalt Jacky in augustus 1999 van haar zoontje Rowin. “Door alle toestanden rondom Femke had ik helemaal niet van de zwangerschap kunnen genieten, maar vanaf het moment dat ik Rowin in mijn armen hield, was hij van mij. Hij was van begin af aan anders dan Femke. Hij kwam wél voor de nachtvoedingen en hij lachte wél als we boven de box hingen. En hij ontwikkelde zich normaal. Dat was een hele opluchting. Maar
de strijd met Femke bleef, zeker nu ze merkte dat wij de aandacht moesten verdelen tussen haar en haar broertje. Het ene moment was ze heel lief voor Rowin, maar nog geen minuut later kon ze hem opeens pijn doen. Zonder dat ze het zelf besefte: ze kon met een stalen gezicht beweren dat ze Rowin echt niet had geslagen. Ze begon ook breath holding spells bij zich op te roepen, dan huilde ze zo hard dat ze blauw aanliep en in ademnood kwam. Soms verloor ze zelfs bijna haar bewustzijn. Dat was heel akelig, ik durfde haar op een gegeven moment niet meer te straffen, omdat ik bang was dat ze er een keertje in zou blijven. Ik was echt óp van de zenuwen. Er moest iets gebeuren, Edwin en ik konden dit niet volhouden. Femke was met haar tweeënhalf jaar de baas in huis.
Opnieuw maakten we een afspraak met de kinderarts. We lieten hem de foto’s zien van de slaapkamer van Femke. We hoopten dat dat niet nodig zou zijn, we schaamden ons daar een beetje voor, maar we hadden geen andere keuze meer.
Hij is daar toen heel erg van geschrokken en daarna ging het allemaal in een sneltreinvaart.”

Op indicatie van de kinderarts wordt Femke geplaatst op een medisch kinderdagverblijf (MKD). “Ze was nu van half negen tot kwart voor vier van huis. Het klinkt hard, maar dat was werkelijk een hele opluchting voor me. Ik had meer tijd voor Rowin en voor het huishouden. Ik kon ongestoord boodschappen doen. Ik kon weer leven. Eindelijk kwam ik ook weer eens aan mezelf toe! Maar de ontspanning die ik voelde gedurende de dag was meteen weer weg als Femke thuiskwam. Op het MKD kregen we steeds te horen dat ze
zich goed gedroeg, maar thuis woedde ze als een wervelwind door het huis.
Het kostte haar blijkbaar zoveel energie om zich daar goed te houden, die spanning kwam er dan thuis dubbel en dwars uit. Het heeft ruim een half jaar geduurd voor ze echt zichzelf liet zien op het MKD. Ik was blij dat anderen nu ook eens zagen waartoe ze in staat was, want wij dreigden er intussen echt aan onderdoor te gaan. De grens was voor ons absoluut bereikt toen Femke in een onbewaakt moment Rowin in zijn Maxi-Cosi onder de tafel had
geduwd. Hij zat met z¹n hoofdje klem tussen de lades, als we het niet op tijd hadden opgemerkt had hij kunnen stikken. Edwin en ik waren ons doodgeschrokken. Dit kon zo niet langer. Femke was een gevaar voor haar broertje.”

Jacky en Edwin melden dit voorval op het MKD. Na diverse gesprekken krijgen ze het advies om Femke uit huis te plaatsen. ²Volgens de deskundigen kon Femke niet met een gezinssituatie omgaan. Het zou voor iedereen het beste zijn als Femke uit huis werd geplaatst en in een leefgroep in een kinderhuis zou gaan wonen. Eens in de veertien dagen zouden we haar dan een weekend thuis hebben. Het zou de relatie tussen Edwin en mij ten goede komen en het was ook beter voor Rowin als zijn zus er niet was. Voor alle partijen was dit de enige, juiste oplossing. Ik moest mijn kind uit huis doen. Ik heb gehuild, gehuild, het leek wel alsof mijn hart brak. Het voelde als een falen, alsof ik een slechte moeder
was. Ik wilde haar liever thuis houden, maar het MKD drong erop aan dat Femke toch naar een leefgroep ging. Eigenlijk hadden we ook geen keuze.”

Femke is drieënhalf als ze naar het kinderhuis gaat. “Ik vond het vreselijk om haar daar achter te laten. De gezinsbegeleidster van het kinderhuis heeft ons heel goed opgevangen, we mochten bij haar uithuilen. Gelukkig vond Femke het allemaal heel spannend en geweldig op haar nieuwe plekje. Dat gaf een klein beetje rust, maar het bleef moeilijk. Wat was er toch mis met mijn kind? Waarom was ze zoals ze was? Waarom? Had ik het zo verkeerd gedaan als moeder? Ik had zoveel vragen die onbeantwoord bleven. In het kinderhuis werd
Femke goed geobserveerd en er werden weer verschillende onderzoeken gedaan,
maar er werd weer niks gevonden. Niet zo gek, ze was altijd al een voorbeeldig kind geweest op zulke momenten. Maar het maakte mij weer aan het twijfelen. Had ik het dan allemaal verkeerd gezien? Deed ik het fout? En dat uit huis zijn, vreselijk, ik voelde me net een deeltijdmoeder.”

Als Femke vijf is, ze zit dan anderhalf jaar in het kinderhuis, laat ze eindelijk haar masker tegenover de buitenwereld vallen. “Ik was met mijn moeder in het ziekenhuis voor de zoveelste onderzoeken. Tussen twee testen door kreeg ze opeens een enorme driftbui, zoals ze die thuis altijd had. In plaats van dat ik haar probeerde te kalmeren, liet ik haar maar razen. ’Eindelijk’, dacht ik. Ze krijste alles bij elkaar en trapte flink van zich af. Mijn moeder schrok er heel erg van. Nu zag ze wat ik al die tijd al had moeten doorstaan. En de arts begreep nu ook eindelijk wat ik bedoelde. Het was goed dat ze dit nu eens met hun eigen ogen zagen. De onderzoeken van die dag waren weer eens zonder resultaat, maar dat vond ik deze keer niet zo erg. Het bezoek voelde toch als een kleine overwinning.”
Ondertussen gaat het thuis helemaal mis. “Nu Femke er niet was hadden we ineens zeeën van tijd. Dat was fijn, maar tegelijk ook heel confronterend. Al die tijd hadden we ons op Femke gestort, waardoor we niet meer aan onszelf waren toegekomen. Nu die zorg gedeeltelijk was weggevallen, kwam pas de klap voor ons. Edwin had zijn verdriet en alle andere rotgevoelens al die jaren opgekropt, hij was gevlucht in zijn werk. Hij was vrachtwagenchauffeur en was steeds meer gaan rijden om maar niet thuis te hoeven zijn. Nu kwam dat er opeens uit, hij had een burn-out. Het ging zelfs zo slecht met hem
dat hij werd opgenomen in een herstellingsoord om tot rust te komen. Ik zat alleen thuis met Rowin. Een half gezin, dat was moeilijk. Gelukkig kregen we wel veel hulp van familie en vrienden, maar ondanks dat voelde ik me toch heel eenzaam. Ik wilde ze ook niet steeds lastigvallen met mijn gevoelens. In de weekenden dat Femke thuiskwam, merkte ze heel goed dat het niet goed met ons ging. En daar maakte ze meteen misbruik van. Maar ik was te gesloopt om er tegenin te gaan.”

Begin 2003 maakt Jacky kennis met de nieuwe vriendin van een vriend van haar en Edwin. “Het klikte meteen tussen ons. Misschien kwam dat, omdat zij zelf ook de nodige problemen had. Ze was meteen heel open over het feit dat ze borderliner was. Met haar praatte ik veel over mijn problemen met Femke en over mijn gevoelens. Ze kon heel goed luisteren zonder te oordelen. En omdat ik mijn ouders en familie niet alles wilde vertellen, ook niet mijn
schoonzus, luchtte ik mijn hart bij haar. Ze kwam regelmatig langs, ook in de weekenden dat Femke thuis was. Tussen die twee ging het ook onwijs goed, ze voelden elkaar prima aan. Ze was de enige die tot Femke door leek te dringen.
In augustus zou me duidelijk worden waarom. Ik zat weer eens in het ziekenhuis te wachten op uitslagen van onderzoeken. Ik ging er vanuit dat ik opnieuw te horen zou krijgen wat Femke allemaal níet had, want zo was het de afgelopen drieënhalf jaar steeds gegaan. Dus het was wel even schrikken, toen ze me deze keer vertelden dat ze eindelijk gevonden hadden wat Femke mankeerde: mijn dochter had een forse hechtingsstoornis. Het moment van die diagnose was heel dubbel voor me: aan de ene kant was ik heel blij dát ze iets hadden gevonden, maar toen de arts uitlegde wat zo¹n stoornis precies inhield, zakte de moed weer in de schoenen. Femke zou nooit in staat zijn om een echte relatie met ons op te bouwen, ze zou nooit op dezelfde manier liefde en aandacht aan ons kunnen geven zoals wij aan haar. Het was geen kwestie van medicijnen of een snelle behandeling. We moesten hiermee leren omgaan, Femke was zoals ze was. Ik moest mijn moedergevoel opzij zetten, en haar op een zakelijke manier benaderen. Emotioneel afstand bewaren, dan zou ik meer bereiken dan wanneer ik haar extra aandacht zou geven. De arts vertelde ook nog dat er een kans bestaat dat Femke in de toekomst borderline krijgt. Dát verklaarde dus de goede band tussen Femke en die vriendin van mij. Ze snapten elkaar.”

Nu duidelijk is wat Femke heeft, kan de behandeling wel beter afgestemd worden op haar stoornis. “Het leek daardoor beter met Femke te gaan. Er was zelfs sprake van dat ze weer naar huis mocht komen. Maar het ging helemaal mis toen Femke ter voorbereiding tijdelijk werd overgeplaatst naar een gezinshuis. Haar gedrag ging weer heel snel achteruit, ze beschadigde zichzelf, plaste weer in haar broek en vertelde leugens. Het was duidelijk
dat ze een gezinssituatie toch niet aan kon. De artsen vonden het onverstandig om haar naar huis te laten gaan. We moesten er zelfs rekening mee gaan houden dat ze nooit meer thuis zou kunnen wonen. Dat was opnieuw een enorme klap voor Edwin en mij. In die tijd had ik heel veel steun aan mijn vriendin. Helaas heeft ze in januari afscheid genomen van het leven. Ik respecteer haar keuze, maar ik mis haar nog elke dag. Het lijkt wel of ik
haar heb moeten ontmoeten om met Femke te leren omgaan.”

Inmiddels is het augustus 2004. “De afgelopen maanden zijn heel wisselend verlopen. Het ene weekend gaat het heel goed. Dan is ze beste vriendjes met Rowin en komt ze zelfs voor een knuffel! Maar een volgend weekend kan dat heel anders zijn, dan is het huis weer te klein. Dat onvoorspelbare blijft heel moeilijk en doet ontzettend veel pijn. Door alle toestanden is Edwin in de WAO beland, hij heeft fibromyalgie, en ik zit in de ziektewet. Een paar maanden geleden dacht ik dat ik weer toe was aan werk, maar daarin heb ik mij vergist. Met Rowin gaat het redelijk, hij krijgt nu speltherapie om te leren omgaan met zijn zus. Het is heel verwarrend voor hem dat Femke hem af en toe niet ziet staan. Dan wil ze met hem spelen en dan is ze het ineens beu. Als Rowin dan niet weggaat, begint ze te slaan.
We hebben nog een lange weg te gaan. Ik maak me nu wel zorgen voor volgend jaar, als ze acht wordt moet ze weg uit dit kinderhuis. We zijn nu volop bezig met gesprekken voor een goede vervolgplek. Waarschijnlijk wordt dat een leefgroep voor kinderen vanaf acht jaar. Het blijft dus allemaal heel spannend. Ik noem haar ‘mijn tijdbommetje’. Het is niet te oorspellen wat de toekomst ons nog zal brengen, en daar wil ik ook niet te veel aan denken.
Ik wil bij de dag leven. Met veel pijn in mijn hart lukt het me steeds iets beter om afstand van haar te nemen, om me wat zakelijker op te stellen. Ik vind het vreselijk, maar het werkt wel. Voor vreemden lijkt dat misschien heel hard, alsof ik een koele kikker ben, maar het is écht de enige manier om met haar te kunnen omgaan. In het begin zocht ik de schuld bij mezelf, nu weet ik dat het niet mijn schuld is. En ook niet die van Femke, ze heeft nu eenmaal deze handicap en daarom doet ze zo.
Daarom heb ik mijn verhaal ook willen vertellen. Om duidelijk te maken dat er niemand schuldig is aan onze situatie. Ik wil op deze manier andere ouders die hun kind door omstandigheden uit huis hebben moeten plaatsen een hart onder de riem steken. Jullie zijn geen slechte ouders. Alles wat je moet doen, omdat het nu eenmaal het beste is voor je kind, is niet slecht.
Laat de mensen maar kletsen. Dat is moeilijk, dat heb ik zelf ook ondervonden en het doet verschrikkelijk veel pijn. Maar zo moet je wel proberen te denken, anders hou je het niet vol. Leun op de mensen die je steunen.
Door de handicap van Femke is ons kringetje klein geworden, maar ik heb liever een kleine kring mensen om ons heen die ons steunt dan een hoop oppervlakkige contacten. Edwin en ik hebben moeilijke tijden gekend, maar onze band is hechter dan ooit. Wat de toekomst brengt weet niemand. We leven nu en ieder weekend dat ik Femke weer tevreden kan achterlaten, beschouw ik maar als een gewonnen weekend. Meer kan ik niet doen…”

Wil je Jacky schrijven? Stuur je brief dan naar: Redactie Mijn Geheim,
Postbus 100, 5126 ZJ Gilze. Als je linksboven op de envelop ¹0437 Jacky¹
zet, sturen wij je brief ongeopend door.
(c)Uit vrouwenweekblad Mijn Geheim, september 2004

Met schriftelijke toestemming hebben wij, de algemene landelijke vereniging “De Knoop”, dit artikel mogen plaatsen op onze website


Creatie datum : 28/11/2004 @ 13:55
Laatste wijziging : 21/02/2009 @ 20:45
Categorie : Kranten Artikelen
Pagina gelezen 10586 keren


Print preview Print preview     Print deze pagina Print deze pagina


Aanmelden
 Toon alle leden Leden: 114

Loginnaam:

Wachtwoord:

[ Wachtwoord vergeten? ]


[ Registreer ]


  Lid OnLine: 0
  Bezoekers OnLine: 11


Deze keer de vraag...
Hoe hebt u deze site gevonden ?
 
Via zoekmachine
Bij toeval
Via een link op een andere site
Via het verenigingsblad
Het stond in de folder
Via vrienden/kennissen
Van een hulpverlener
Via de school
Goudengids
Anders
Resultaten

Zoeken





Buienradar





^ Boven ^

© Copyright.
Alle rechten zijn voorbehouden aan de algemene landelijke vereniging ‘De Knoop’.
Voor het overnemen van bepaalde stukken van de website dient men zich tot ‘De Knoop’ te wenden.




GuppY - http://www.freeguppy.org/
  Site powered by GuppY v4.5.19 © 2004-2005 - CeCILL Free License

Pagina geladen in 0.03 seconde(n)