| Kenmerken
* Er is geen bodem in het bestaan (geen affectieve banden in de allereerste levensfase) * Er is geen lijn in het leven, daardoor weinig gevoel voor tijd en ruimte, de wereld blijft ongestructureerd. Er ontstaan hierdoor vaak specifieke leerproblemen: geen of weinig getalbegrip, niet kunnen abstraheren, slecht woordbeeld, leerstof beklijft niet. * De gewetensontwikkeling is niet opgang gekomen. * Er is geen ik, daarnaast geen basaal vertrouwen in volwassenen, met als gevolg onvermogen en / of diepgewortelde angst om relaties aan te gaan. * Er is een sterke neiging tot het leggen van oppervlakkige, inwisselbare contacten. Hierdoor is de problematiek van het gezin voor anderen slecht invoelbaar. Die anderen, inclusief hulpverleners, ‘zien’ niets of weinig. * Het kind vertoont survivors gedrag. Schijnaanpassing. Het probeert zich staande te houden door de wereld om zich heen voortdurend onder controle te houden. Het is geniaal in het observeren, taxeren en manipuleren van de mensen om zich heen. Het besteedt hieraan een groot deel van zijn energie, waardoor bijvoorbeeld leerprestaties en creativiteit achterblijven. * De intieme emotionele banden binnen het gezin worden als bedreigend ervaren. Het appèl van de gezinsleden op een vertrouwensrelatie is voor het kind slecht invoelbaar en verwarrend. Het geeft het kind soms ook een gevoel van anders-zijn, tekortschieten en eenzaamheid. * Het vroegste ervaren – misschien reeds voor de geboorte – van ‘ontkend’, ‘niet gewenst’, ‘afgewezen’ en ‘weggedaan’ te zijn, is onvoorstelbaar vernietigend. De basale pijn zoekt vaak een uitweg in vernietigingsdrang die zich richt tegen zichzelf (automutilatie), maar vaak ook tegen anderen (moeder). Andere bekende uitingen van agressie zijn fysiek geweld, uitingen van wreedheid jegens dieren, (dwangmatig) vreten, stelen, vernielen, slapeloosheid, provocerend seksueel gedrag en weglopen. Meestal ziet men een onverzadigbare honger naar aandacht. * Bij zijn handelen gaat het kind meestal te werk volgens het lustprincipe, het heeft nauwelijks ‘remmen’ en ‘drempels’. * Uitingen van het geen-bodem syndroom zijn niet of nauwelijks gebonden aan bepaalde landen van herkomst, leeftijd, huidkleur, culturele achtergrond, enz.
De hiervoor genoemde kenmerken zullen niet alle tien in dezelfde mate voor elk kind met hechtingsstoornis/Geen-Bodem-Syndroom gelden.
Herkennen : Veel ouders, ook van niet - geadopteerde probleemkinderen, zullen een aantal van de kenmerken onmiddellijk herkennen. Vaak zijn deze gedragsstoornissen terug te voeren op het feit dat een kind niet of onvoldoende in staat is geweest een gezonde wederkerige hechting aan te gaan met de moeder, vader en/of verzorgende. Vroeger werd het tekort voornamelijk toegeschreven aan diepe affectieve en pedagogische verwaarlozing in de eerste periode. Door de adoptiegolf van kinderen uit de derde–wereldlanden sinds 1980, is er geleidelijk meer aandacht gekomen voor de ernst van deze problematiek. De kenmerkende verschijnselen, zo weten we nu, komen voor bij pleeg-, stief- en adoptie kinderen, maar óók bij biologisch eigen kinderen, die heel gewenst waren en niet door hun ouders zijn verwaarloosd.
Oorzaak : De oorzaak is dus niet meer eenduidig, met als gevolg dat ook de diagnose moeilijker te stellen is. Tegenwoordig wordt er rekening mee gehouden dat er wellicht ook genetische en/of medische oorzaken ten grondslag kunnen liggen hechtingsstoornissen. Misschien was de bevalling gecompliceerd en had het kind tijdelijk zuurstoftekort. Soms hebben kinderen vanaf hun geboorte problemen die niet verklaard kunnen worden.
Uit de medische wereld kennen we inmiddels het verschijnsel ‘strek-baby’ (de zuigeling is abnormaal gespannen en lichamelijk contact is vrijwel niet mogelijk) en ‘huil-baby’ ( het kind huilt abnormaal veel zonder dat daarvoor een directe oorzaak kan worden gevonden).
Diagnose : Door het specifieke gedrag van het kind (schijnaanpassing buiten het gezin, survivors-gedrag) wordt de problematiek vaak niet of onvoldoende herkend. Het gaat hier om een ingrijpende ontwikkelingsstoornis die niet nader kan worden getypeerd. Vaak zien ouders er tegen op om bij een hulpverleningsinstantie zoals de RIAGG aan de bel te trekken omdat zij in hun naaste (familie) omgeving ook geen of weinig begrip ondervinden. Het wordt dan dubbel zo moeilijk om met de problemen bij ‘een vreemde’ aan te komen. Soms lijken professionele hulpverleners ‘niets bijzonders te kunnen vinden’ en voelen ouders zich in de kou staan.
Vragen : Ook al is er bij uw kind wèl een duidelijke diagnose gesteld, dan nog zijn de problemen en die van uw kind daarmee verre van opgelost. o Wie helpt u kind verder? o Hoe gaat u dagelijks om met de problemen in uw gezin? o Bestaat er een therapie voor uw kind? o Moet het kind uit huis geplaatst worden en zo ja, wilt u dat wel? o Zullen de problemen altijd zo ernstig blijven, of is er kans op verbetering bij het opgroeien? o Met wie kunt u er over praten zonder dat u zich schuldig voelt? o Wie begrijpt van binnenuit hoe moeilijk het dagelijkse leven met uw kind is?
Hulp : Bij al deze vragen wil de algemene landelijke vereniging 'De Knoop' u tot steun zijn. Naast het lotgenotencontact werkt 'De Knoop' samen met een team van specialisten dat zich ten doel gesteld heeft onderzoek te doen, standpunten en methodes te ontwikkelen en uit te dragen.
De praktijk : Helaas wijst de praktijk uit dat het voor de ouders vaak een langdurige en moeizame weg is om de juiste diagnose (en dus ook de juiste behandeling!) gesteld te krijgen door de hulpverlenende instanties, terwijl het gezin tevens steeds meer geïsoleerd raakt. Of moeten we zeggen: steeds meer 'in de knoop'…….?
© Copyright. 'De Knoop'
Voor het overnemen van bepaalde stukken van de website dient men zich tot ‘De Knoop’ te wenden. De kenmerken komen uit het boek ‘Bodemloosbestaan, problemen met adoptiekinderen’, zoals Geertje van Egmond ze beschrijft in haar boek. Uitg. Ambo/Anthos Amsterdam. ISBN 90 263 0833 7
Creatie datum : 25/02/2004 @ 00:00
Laatste wijziging : 21/02/2009 @ 20:39
Categorie : De Knoop
Pagina gelezen 23095 keren
Print preview
Print deze pagina
|