Drs. J. Solinger over 'bodemloze kinderen'

"Soms blijft het levenslang tobben"
 

Bron: Reformatorisch Dagblad, 7 november 2003
Tekst: Michiel Bakker

Bodemloze kinderen worden ze genoemd. Jongens en meisjes die in hun vroegste jeugd traumatische ervaringen hebben opgedaan, waardoor ze forse psychosociale beperkingen hebben. In de justitiële jeugdinrichting Rentray komt psycholoog drs. J. W. Solinger ze regelmatig tegen. Hij pleit ervoor deze jongeren niet eindeloos te behandelen, maar ze te leren leven met hun handicap. "Het lukt maar weinigen deze kinderen in het gareel te houden."

Solinger werkt als behandelcoördinator in het ruim vijftig jaar oude Sophiahuis in Apeldoorn, een onderdeel van Rentray. In het huis verblijven gemiddeld elf jongens van 16 tot 23 jaar die te maken kregen met een ondertoezichtstelling of een PIJ-maatregel, "een soort jeugd-TBS." Vanuit een gesloten inrichting worden ze via het ministerie van Justitie in het Sophiahuis geplaatst, waar in een periode van ongeveer een jaar wordt gewerkt aan een begeleide terugkeer in de maatschappij. Een aantal jongeren is in de jeugd verwaarloosd. Solinger: "Het is onvoorstelbaar hoe verwoestend dat werkt. Als verwaarlozing in een heel vroeg stadium plaatsheeft, kan een hechtingsstoornis ontstaan. Dat zie je vaak bij geadopteerde kinderen." Het valt de hulpverlener op dat jongeren die in het Sophiahuis worden geplaatst, meestal al een lang traject van hulpverlening achter de rug hebben. "De ouders of adoptieouders hebben met veel inzet van alles geprobeerd, maar hun moeite heeft vaak weinig zichtbaar resultaat opgeleverd. Intussen zijn ze helemaal uitgeput." Solinger merkt dat de opvoeders over het algemeen last hebben van een schuldgevoel en het moeilijk vinden de opvoeding uit handen te geven aan Rentray. "Ik zeg niet: Dat het niet goed gaat met het kind zal wel aan de ouders liggen. Ik praat ook niet over schuld, maar constateer dat ouders en kind er samen niet in zijn geslaagd een goede weg te vinden. Soms is het dan het verstandigst de opvoeding toch aan een ander over te laten. Wij willen niet concurreren met de ouders, maar hebben evenals zij het belang van het kind op het oog."

Stiekem
In de volksmond wordt vaak gesproken over bodemloze kinderen, die geen normale emotionele binding met een volwassene kunnen aangaan. In hulpverlenerstermen spreekt Solinger over een soort reactieve hechtingsstoornis als gevolg van actieve verwaarlozing. Die kan zich onder meer uiten in een geremde vorm, waarbij kinderen heel erg teruggetrokken zijn en weinig contact met anderen maken, maar ook ineens enorm agressief kunnen uitvallen. Daarnaast is er een ontremde groep. "Bij vreemden gedragen ze zich heel leuk, thuis zijn het stiekeme kinderen die van alles en nog wat uithalen wat niet door de beugel kan. Met de ouders, en met name adoptiemoeders, hebben ze vaak een soort haatverhouding waarin ze alles afreageren. Ze hebben nauwelijks impulscontrole: doen eerst iets, denken dan pas na. Ook kunnen ze voortdurend liegen. Ze hebben geen ontwikkeling van het geweten." Met aandacht en liefde kunnen bodemloze kinderen niet omgaan. "Daar worden ze onrustig van. Als ik vlak voor jou ga staan, heb je de neiging een stap terug te doen. Normaal gesproken is een intimiteitszone ongeveer een armlengte. Alleen intimi mogen daarbinnen komen. Kinderen met een hechtingsstoornis hebben een veel wijdere intimiteitszone. Als een ander daar overheen gaat, voelen ze zich heel ongemakkelijk. Dus ga niet vlak op zo iemand zitten, maar bewaar afstand.."

Risicosituaties
Tijdens het reïntegratietraject werkt het Sophiahuis niet aan genezing van de stoornis. De behandeling is gericht op het aanvaarden van de handicap en het aanleren van vaardigheden om daarmee te kunnen omgaan. "Bij degenen die hier komen is zo'n beetje alles misgegaan wat mis kon gaan. Er is ook al jarenlang aan hen gesleuteld. Wij kijken niet naar wat we aan de stoornis kunnen doen, maar stellen de vraag: Wat heb je nodig om je in de maatschappij te kunnen redden met je handicap? Dit gebeurt aan de hand van een gefaseerd systeem waarin de jongeren geleidelijk meer verantwoordelijkheden krijgen."
Belangrijk is dat de jongeren risicosituaties herkennen en daarover de baas blijven. "Behalve de wetenschappelijke risicotaxatie, die steeds meer toegepast wordt, is het voor het team de kunst de essentie van een risicosituatie op te sporen. Sommige jongens die je met veel geld op pad stuurt, komen dan met bonnetjes en wisselgeld terug, maar laat niet je auto openstaan, want dan gaan ze ermee vandoor. Een ander kun je nog geen stuiver toevertrouwen, maar is heel zorgzaam voor kleine kinderen. Jongeren lopen, vooral als ze met verlof naar huis gaan, de kans oude 'vrienden', met wie ze delicten hebben gepleegd of met wie ze vroeger in de coffeeshop hingen, tegen het lijf te lopen. Ze moeten deze situaties herkennen als mogelijke valkuil. Wat doe je ermee? Ga je die jongens uit de weg? Ga je wel naar ze toe? Wat zeg je als ze je uitnodigen voor een blowtje, een biertje of een kraakje? Is afgaan, terwijl je nu meer bereikt hebt dan die andere gasten, iets waar je je druk om moet maken?" De mentor bespreekt dit soort risico's met de jongere. "We zijn eropuit hen zelf de oplossingen te laten bedenken. Zij weten beter dan wie ook welke acties of antwoorden afdoende zijn, zonder dat ze afgaan. Vaak merken ze dat de reactie: "Nee, daar begin ik niet meer aan", meer respect ontmoet dan ze verwacht hadden. De jongens worden op een praktische manier toegerust om met risico's om te gaan of die uit de weg te gaan."

Arbeidsritme
Het onderhouden van een netwerk krijgt tijdens het reïntegratietraject eveneens de aandacht. Ook helpt Rentray bij het zoeken van werk en woonruimte. "Het is belangrijk dat het leven structuur krijgt. Werk is daarbij een belangrijke factor. Geen werk hebben, betekent haast vanzelfsprekend terechtkomen in kringen waarin ellende veroorzaakt wordt", zegt Solinger. Eerst leren de jongeren in de interne werkplaats van Rentray een gewoon arbeidsritme vol te houden. Dan wordt met behulp van een individuele trajectbegeleider gezocht naar een werkplek waar ze arbeidsvaardigheden leren. "Het kiezen van een passende werkplek is uiterst belangrijk. Als het werk te moeilijk is, mislukt zo'n avontuur gegarandeerd. Is het te gemakkelijk, dan vervelen ze zich snel en mislukt het ook." Zijn bodemloze kinderen in staat in een gewone werkkring te functioneren? Solinger: "We nemen de proef op de som en kijken waar het misgaat. Soms lossen jongeren problemen op waarvan wij dachten dat ze het niet zouden kunnen. Als ze er met behulp van hun trajectbegeleider in slagen werk te vinden, is dat een succeservaring die hen stimuleert: Dit kan ik! Daarna kan het ook weer vreselijk misgaan, want wat ze leren, verdwijnt vaak, omdat er geen bodem is. Soms moet je ervan uitgaan dat het levenslang tobben blijft. Misschien twee stapjes vooruit, één stap terug. Of één stap vooruit, twee stappen terug." Bodemloze kinderen zijn op zoek naar spanning, merkt Solinger. "Het gewone, burgerlijke leven met een baan is voor hen heel saai. Waarom zou je gaan werken als je in korte tijd voor onvoorstelbare bedragen kunt stelen? Toch zeggen de jongens ook tegen elkaar: "Als je lang wilt leven, moet je niet in criminele kringen blijven. Dan komt er op een gegeven moment een afrekening." Ondanks hun grote mond hebben ze vaak een klein hartje en willen ze uiteindelijk toch het liefst trouwen en kinderen krijgen."

Meer vrijheid
De psycholoog noemt het belangrijk dat de jongeren niet alleen leren aanvaarden dat ze een handicap hebben, maar vervolgens ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen. "Sommigen komen daar niet aan toe. Zij zijn er heel goed in hun verantwoordelijkheid telkens weer af te schuiven en de schuld voor wat er fout gaat bij een ander te leggen. Vooral voor (adoptie)moeders is dat heel moeilijk. Deze kinderen weten ontzettend goed hun moeder een schuldgevoel te bezorgen." Zo lang er sprake is van een opvoedingssituatie of een behandeling nemen anderen een deel van de verantwoordelijkheid van het kind over. "Wij proberen de jongeren meer vrijheid te geven, maar wel zo dat ze die aankunnen. Als iets goed gaat, belonen we dat door hen meer verantwoordelijkheid te gunnen. Gaat het fout, dan zijn ze ook zo weer een fase terug. Dat is overzichtelijk. De jongeren weten waar ze aan toe zijn. Mensen vragen soms: Beloon je op deze manier geen schijnaanpassing? Daar moet je alert op zijn. Je moet voortdurend kijken: is dit gedrag echt of niet echt? Steeds bedacht zijn op stiekem gedrag en laten merken: Ik heb jou in de gaten." Solinger heeft gezien dat het positief kan werken als ouders afstand nemen van hun kind, waardoor dat meer eigen verantwoordelijkheid krijgt. "Ik noem dat wel eens het verlorenzooneffect. Dan gaat een kind denken: Eigenl ijk was het bij m'n ouders toch wel heel plezierig. Ik besef dat het loslaten van je kind ontzettend moeilijk is, zeker als je als ouders of adoptieouders veel in hem hebt geïnvesteerd. Juist daarin moeten de ouders door hulpverlenende instellingen gecoacht worden. Het is de moeite van het proberen waard, al kan ik natuurlijk niet garanderen dat het goed uitwerkt."

Normale relatie
Solinger heeft niet de illusie dat de reïntegratieaanpak dé oplossing voor het probleem van bodemloze kinderen is. "We hebben hier een beperkte tijd om te werken aan terugkeer in de maatschappij. Uitgangspunt van Rentray is dat jongeren bij uitplaatsing een baan en een woning hebben gevonden. Natuurlijk hebben we ook mislukkingen, maar uit onderzoek van Rentray blijkt dat het met 60 procent het na een jaar nog goed gaat. Een succes van 100 procent zul je met deze doelgroep nooit halen."